In onze podcastreeks 'Stemmen tot zorgen' praten we elke maand met een zorgprofessional over digitalisering in zijn of haar job. In de tweede aflevering duiken we met Charlotte Meersschaut in de apothekerswereld. Wat zijn de takeaways van het gesprek? Deel 3: omgaan met patiëntdata.
Abonneer je hieronder op ‘Stemmen tot zorgen’ via je favoriete podcastkanaal
Onze host Sooike Stoops legt 3 geluidsfragmenten uit een recent rondetafelgesprek van Connecting Care met vier zorgexperts voor aan apotheker Charlotte Meersschaut.
Deel 3 lees je in dit artikel. Lees zeker ook:
Het derde fragment: toekomstdenker Koen Cas die een heel duidelijke mening heeft over de grote hoeveelheid gezondheidsdata waar we vandaag over beschikken.
“Wat een heel groot verschil heeft gemaakt, is het moment waarop artsen zeiden: "Data die de patiënt thuis verzamelt, die vertrouw ik niet." Tot plots één van de meest basale weegschalen die je bij VandenBorre of Mediamarkt koopt een collaboratie aangingen met een bedrijfje dat een API maakt dat toelaat dat de weegschaaldata plots in mijn medisch dossier komen. Of mijn Fitbit-data, dat is een Google-product, zitten nu ook in mijn medisch dossier en plots heeft die arts geen alternatief meer dan te zeggen: "Ja, maar eigenlijk weet ik wel hoeveel of hoe weinig je beweegt of hoeveel je weegt. Dus dat datapunt kan hij gaan gebruiken om een betere coach te worden.”
Sooike: “Ja, dus mensen hebben vandaag inderdaad heel veel data over hun eigen levensstijl en zouden die ook perfect kunnen delen met hun zorgverleners. Doen ze dat bij jou ook?”
Charlotte: “Soms zouden ze dat misschien wel willen, maar het is niet altijd relevant. Ik denk dat we ook moeten oppassen met de verzadiging aan apps, aan trackers en zo. Dat geeft je heel veel informatie, maar het is niet altijd relevant. Ik denk dat apps en trackers vooral heel belangrijk zijn om te motiveren, om op te volgen en om bewustwording te creëren, zoals bijvoorbeeld glucozesensors, een stappenteller of je slaap monitoren. Dat kan heel interessant zijn, vooral voor de patiënt zelf. Maar ik denk dat het belangrijk dat de patiënt weet hoe hij of zij dat moet kaderen, hoe daar winst uit te halen voor zichzelf, hoe hij of zij zaken kan optimaliseren. Daarvoor is een beetje opvoeding nodig, is educatie nodig, maar de mensen moeten natuurlijk die uitleg en dat advies wel krijgen van iemand die er een wetenschappelijk achtergrond bij heeft en iemand die geen marketingdoelen heeft.”
Sooike: “Hoe doe je dat dan? Advies geven op basis van de gegevens die de patiënt zelf heeft?”
Charlotte: “Wanneer iemand bijvoorbeeld om antidiabetica komt en het de eerste keer is dat ze dat gaan nemen. Je probeert gerichte vragen te stellen en de patiënt vooral te laten komen met de informatie. Op basis daarvan pik je dan in. Ze zeggen allemaal van: ik eet gezond, wij eten thuis gezond. Maar dan vraag je verder wat gezond is. En uiteindelijk kun je wel goed inpikken daarop. Vanuit de apotheek hebben we al een aantal keer een workshop ‘voedingsetiketten lezen’ georganiseerd voor mensen die er van overtuigd zijn dat ze gezond eten, maar die dit eigenlijk niet doen. Of mensen die dat wel willen, maar die eigenlijk niet goed weten wat juist gezond is en waar ze op moeten letten. We proberen ze dan te begeleiden met concrete adviezen over voeding, over slaap. Want je kunt alles trekken: je voeding en je slaap bijvoorbeeld. Sommige mensen zeggen dan dat ze zogezegd acht uur of meer op een nachtslapen , maar is dat dan kwalitatieve slaap? Haalt die tracker dat eruit wanneer je onrustig bent of wanneer je ligt te woelen? Of als je apnoe hebt? Dat is een beetje de vraag. Daar moet je dieper op ingaan. En dat doe je door de juiste vragen te stellen en te proberen de patiënt te gidsen in de juiste richting. En die tracker helpt de patiënt nadien om te zien of het verbetert of niet door bepaalde ingrepen.”
“Je geeft bijvoorbeeld een aantal tips over slaaphygiëne. Soms wordt er zelfs slaaprestrictie toegepast en dat de patiënt met behulp van een tracker kan zien dat er evolutie in zit. Dat werkt ook zeer motiverend. Je moet wel oppassen om trackers te gebruiken als een soort controle of dreigement.”
“Bijvoorbeeld: jij zegt wel dat je gezond eet, maar eigenlijk ben je de laatste maand twee kilo bijgekomen. Maar gewicht is ook niet alles, gewicht zegt ook niet alles. En ik denk dat de patiënt heel snel zou toeklappen wanneer je zou zeggen dat je jouw gewicht moet doorsturen naar je arts. Dat hij zoiets heeft van... Dat is wel privé.”
Sooike: “Ja, voilà. Dat was inderdaad iets waar ik mee zat. Als je bijvoorbeeld ook luistert naar Koen Kas. Je hebt al die verschillende vormen van data, je persoonlijke data, de data die dan in het dossier zitten. Die moet je dan niet met elkaar vermengen, als ik jou hoor?”
Charlotte: “Goh, dat kan wel. Maar ja, hoeveel je weegt bij de arts kan ook anders zijn dan op jouw weegschaal thuis. Gewicht zegt ook niet alles. Je wil ook de buikomtrek opvolgen. Dat kun je niet automatisch tracken. Dus er zijn veel meer elementen dan enkel bijvoorbeeld dat gewicht. Het is belangrijk om mensen daarop te wijzen dat het niet enkel over één facet gaat. Stel: een patiënt met overgewicht slaapt slecht en snoept dan tussendoor. Als die met het juiste advies minder gaat snoepen en niet meer opstaat om te eten maar geen kilo vermagert op zes maanden tijd, dan heeft die uiteindelijk wel gezondheidswinst doordat die minder of niet meer snoept en meer doorslaapt. Ik denk dat het ook belangrijk is om daarnaar te kijken.”
Sooike: “Ik denk dat we dan weer mooi bij het begin zijn. Dat is terug dat volledige plaatje dat jullie als apotheker hebben over de persoon die bij jullie binnenkomt en advies vraagt en dat jullie daar dan inderdaad ook de wetenschappelijke onderbouwing bij kunnen geven.
Charlotte: "We zien die dan terug wanneer die een keer passeert in de apotheek, iets anders nodig heeft, dan volg je een keer op van en hoe is het? En dat is eigenlijk een vraag die heel laagdrempelig is, maar als de patiënt beslist van ja, ik wil, dan gaat die open en dan kun je je echt motiveren, kun je opvolgen, kun je nieuwe pijnpunten blootleggen en zo kun je echt wel die patiënt vooruit helpen. Dus ja, zo'n stomme vraag van en ‘hoe is het?’ kan veel losmaken.”
Sooike: “Ik heb misschien nog eentje om mee af te sluiten. We hebben net een nieuwe regering. De minister van Volksgezondheid zal vermoedelijk wel al wel plannen hebben, maar zou je hem nog een advies bijgeven over hoe het beter aangepakt zou kunnen worden?”
Charlotte: “Ik zou zeker meer budget voorzien voor preventie en educatie voor de patiënten zelf. Louter als iemand die hen helpt wanneer er een probleem is, maar ook meer als een soort coach richting zo'n gezond mogelijke levensstijl en zo weinig mogelijk klachten. Nu wordt er vaak gewacht totdat er iets “slecht genoeg is” en dan wordt er medicatie opgestart. Soms wordt er zelfs nog gezegd van wacht nog een paar kilo of wacht nog tot het erger is, want dan wordt het terugbetaald. Maar ik denk dat dit een foute mindset is. En iedereen is daar wel mee bezig. Ik denk dat het systeem van onze gezondheidszorg een beetje opgebouwd is in die zin dat de patiënt vaak in een slachtofferrol geduwd wordt en dat de overheid zoiets heeft van we zullen nu helpen, maar eigenlijk moeten we de mensen meer de verantwoordelijkheid zelf in handen geven of zelfs geduwd krijgen. Dat ze de mogelijkheid hebben om actie te ondernemen. Ik heb een bureaujob, ik heb regelmatig last van mijn lage rug en van mijn nek en ik wil daarmee aan de slag via krachttraining of door te werken aan mijn houding. Of ik slaap slecht en ik wil naar een slaapcoach en actie ondernemen. Ik wil niet wachten totdat ik jarenlang verslaafd ben aan benzo's om er dan met heel veel moeite vanaf te proberen geraken. Dus echt een gedeelde verantwoordelijkheid van de patiënt of de persoon die nog niet ziek is, van de zorgverleners en dan ook van de overheid die daar financiering voor mag voorzien.”
Wil je meer ‘Stemmen tot zorgen’ horen? Abonneer je nu via je favoriete podcastkanaal!